Welke kabel voor laadpaal? Zo kies je de juiste laadkabel
Welke kabel heb je nodig voor een laadpaal? Lees alles over Type 2, 1- of 3-fase, 11 of 22 kW, kabellengte, veiligheid en slim laden.

Laatst bewerkt: 10 augustus 2026
In dit artikel
Welke kabel voor een laadpaal heb je nodig? Voor de meeste moderne elektrische auto’s in België kies je voor normaal AC-laden een Type 2 Mode 3-laadkabel. Heeft je laadpaal een vaste kabel, dan hoef je geen losse oplaadkabel te kopen. Heeft de laadpaal een contactdoos, dan gebruik je doorgaans een losse Type 2-naar-Type 2-kabel.
Kijk vervolgens naar het maximale AC-laadvermogen:
- 11 kW: 3-fase en 16 ampère;
- 22 kW: 3-fase en 32 ampère;
- 7,4 kW: 1-fase en 32 ampère;
- 3,7 kW: 1-fase en 16 ampère.
Een Type 2-kabel van 22 kW kan ook met een laadpaal of auto van 11 kW worden gebruikt. Je laadt dan alleen niet sneller dan 11 kW. Bij een DC-snellader gebruik je geen eigen kabel: de CCS Combo 2-kabel zit vast aan de snellader. Type 2 is de Europese standaard voor AC-laden en CCS Combo 2 voor DC-laden.
Welke kabel bedoel je precies?
Met een kabel voor een laadpaal kunnen drie verschillende kabels worden bedoeld:
- De laadkabel tussen de laadpaal en de auto. Dit is de flexibele kabel die je dagelijks vastneemt.
- De voedingskabel tussen de zekeringkast en de laadpaal. Dit is een vaste elektrische leiding die door de installateur wordt geplaatst.
- Een communicatie- of datakabel. Sommige laadoplossingen gebruiken een dataverbinding voor load balancing, energiemeting of communicatie met de digitale meter.
Deze kabels hebben een andere functie en mogen niet met elkaar worden verward. In dit artikel behandelen we vooral de laadkabel, maar leggen we ook uit waarop je bij de voedingskabel moet letten.
Welke stekker heb je nodig voor een laadpaal?
Type 2 voor normaal laden
Type 2 is in Europa de standaardstekker voor AC-laden. Je gebruikt deze aansluiting bij:
- een thuis laadpaal;
- een wallbox;
- een publieke laadpaal;
- een laadpunt op het werk;
- veel laadpunten in parkeergarages.
Een losse Type 2-laadkabel heeft meestal aan beide uiteinden een Type 2-stekker: één voor de laadpaal en één voor de auto.
Type 2 beschrijft de vorm en technische uitvoering van de aansluiting. Mode 3 beschrijft de veilige laadwijze waarbij de auto en laadpaal met elkaar communiceren voordat er stroom gaat lopen. De technische eisen voor deze aansluitingen en laadapparatuur zijn vastgelegd in de IEC 62196- en IEC 61851-normen.
CCS Combo 2 voor snelladen
CCS Combo 2 wordt gebruikt voor DC-snelladen. Bij deze laadwijze wordt de wisselstroom niet door de omvormer in de auto omgezet, maar levert de snellader rechtstreeks gelijkstroom aan de batterij.
De kabel van een DC-snellader zit vrijwel altijd vast aan het laadstation. Je hoeft daarom zelf geen CCS-kabel in de auto mee te nemen.
Type 1 bij oudere of geïmporteerde auto’s
Sommige oudere elektrische auto’s en plug-in hybrides hebben een Type 1-aansluiting. Type 1 komt vooral voor bij oudere modellen voor de Japanse of Noord-Amerikaanse markt.
In dat geval heb je bij een Europese AC-laadpaal meestal een Type 2-naar-Type 1 Mode 3-kabel nodig. Controleer altijd de handleiding van de auto. Gebruik geen willekeurige verloopstekker of zelf samengestelde adapter.
Overzicht: welke kabel heb je in welke situatie nodig?
Laadsituatie | Benodigde kabel | Eigen kabel meenemen? |
|---|---|---|
Controleer vóór aankoop altijd de aansluiting van je auto. Een Type 2-laadpoort heeft zeven contactpunten. CCS Combo 2 gebruikt het Type 2-gedeelte met daaronder twee grotere DC-contacten.
Kies je een laadkabel van 11 kW of 22 kW?
De vermogensaanduiding op een laadkabel geeft aan hoeveel stroom de kabel veilig kan transporteren. Het werkelijke laadvermogen wordt bepaald door de zwakste schakel van vier onderdelen:
- de netaansluiting van de woning;
- de laadpaal;
- de laadkabel;
- de interne AC-lader van de auto.
Een laadpaal van 22 kW en een kabel van 22 kW laden een auto met een maximale AC-laadsnelheid van 11 kW dus nog steeds met maximaal 11 kW.
Maximaal vermogen | Fasen | Stroomsterkte | Geschikte kabel |
|---|---|---|---|
Deze vermogens zijn de gebruikelijke waarden voor AC-laden bij 230 en 400 volt. AC-laadpunten leveren doorgaans 3,7, 7,4, 11 of 22 kW.
Wanneer volstaat een laadkabel van 11 kW?
Een kabel van 11 kW is een logische keuze wanneer:
- je auto maximaal 11 kW AC kan laden;
- je thuis laadpaal maximaal 11 kW levert;
- je vooral thuis en ’s nachts laadt;
- je een lichtere en makkelijker hanteerbare kabel wilt.
Een 11 kW-kabel is doorgaans dunner, lichter en voordeliger dan een 22 kW-kabel.
Wanneer kies je beter een laadkabel van 22 kW?
Een kabel van 22 kW is interessant wanneer:
- je auto 22 kW AC ondersteunt;
- je regelmatig aan publieke laadpalen laadt;
- je voorbereid wilt zijn op een toekomstige auto;
- meerdere verschillende auto’s de kabel gebruiken;
- het extra gewicht en de meerprijs geen bezwaar zijn.
Een gecertificeerde Type 2-kabel van 22 kW kan probleemloos op een laadpunt van 11 kW of 7,4 kW worden gebruikt. De communicatie tussen auto, kabel en laadpunt zorgt ervoor dat de toegestane stroom niet wordt overschreden. IEC 61851 bevat hiervoor onder meer eisen voor de stroomcodering in de nabijheids- en besturingscircuits.
Let op het AC-laadvermogen van de auto
Kijk bij de autospecificaties naar maximaal AC-laadvermogen. Dit is iets anders dan het vaak prominent geadverteerde DC-snelladen.
Een auto kan bijvoorbeeld tot 150 kW DC snelladen, maar thuis via AC maximaal 11 kW opnemen. Een kabel van 22 kW maakt die auto thuis niet sneller.
Dat hangt af van zowel je auto als je elektrische installatie.
1-fase laden
Bij 1-fase laden wordt één fase gebruikt:
- 16 A levert ongeveer 3,7 kW;
- 32 A levert ongeveer 7,4 kW.
Dit kan voldoende zijn wanneer je dagelijks maar een beperkt aantal kilometers rijdt en de auto de hele nacht aangesloten blijft.
3-fase laden
Bij 3-fase laden wordt de belasting over drie fasen verdeeld:
- 3 x 16 A levert ongeveer 11 kW;
- 3 x 32 A levert ongeveer 22 kW.
Driefasig laden is vaak sneller en verdeelt het vermogen gelijkmatiger over de aansluiting. Het is alleen mogelijk wanneer de woning, laadpaal en auto daarvoor geschikt zijn.
Controleer het Belgische nettype
Belgische woningen kunnen onder meer zijn aangesloten op:
- 1 x 230 V;
- 3 x 230 V zonder nulleider;
- 3 x 400 V met nulleider.
Vooral een 3 x 230 V-net zonder nulleider kan invloed hebben op de laadpaal keuze en het beschikbare laadvermogen. Niet iedere auto of laadpaal gaat op dezelfde manier met dit net type om. Laat een installateur daarom vooraf controleren welk nettype aanwezig is en wat de auto ondersteunt.
Er wordt benoemt 3,7 kW op één fase en 11 kW op drie fasen als gangbare niveaus voor thuisladen en wijst erop dat een 230 V-net minder geschikt kan zijn voor bepaalde laadinfrastructuur dan een 400 V-aansluiting.
Een laadpaal met vaste kabel of met contactdoos?
Bij de aankoop van een laadpaal kies je meestal tussen een vaste laadkabel en een contactdoos.
Vaste laadkabel | Laadpaal met contactdoos |
|---|---|
Een vaste kabel is vooral comfortabel wanneer je vrijwel altijd dezelfde auto op dezelfde plaats laadt. Een laadpaal met contactdoos biedt meer flexibiliteit en oogt netter wanneer er niet wordt geladen.
Kijk bij de keuze niet alleen naar de kabel. Controleer ook of de laadpaal geschikt is voor dynamische sturing, load balancing, verrekening van zakelijke laadkosten en de slimme diensten die je wilt gebruiken.
Hoe lang moet een laadkabel zijn?
Een kabel van 5 meter is voor veel opritten en garages voldoende. Kies eerder 7 of 7,5 meter wanneer:
- de laadpoort aan de andere kant van de auto zit;
- je niet altijd in dezelfde richting parkeert;
- de laadpaal niet direct naast de parkeerplaats staat;
- verschillende auto’s het laadpunt gebruiken.
Meet de afstand vanaf de laadpaal tot de laadpoort terwijl de auto geparkeerd staat. Houd voldoende marge zodat de kabel niet strak komt te staan.
Een onnodig lange kabel is zwaarder, neemt meer plaats in en wordt sneller vuil. Een te korte kabel zorgt daarentegen voor trekkracht op de stekkers. Gebruik geen gewone verlengkabel om het bereik te vergroten.
Veilig omgaan met je laadkabel
Een laadkabel transporteert urenlang een relatief hoog vermogen. Behandel hem daarom zorgvuldig:
- controleer regelmatig op scheuren, knikken en beschadigde contacten;
- houd stekkers schoon en plaats beschermkappen terug;
- trek de stekker aan de handgreep uit en niet aan de kabel;
- rijd niet over de kabel;
- leg de kabel zo neer dat niemand erover struikelt;
- gebruik geen huishoudelijk verlengsnoer of kabelhaspel;
- rol of leg de kabel tijdens gebruik ruim uit;
- laat een beschadigde kabel professioneel controleren of vervangen.
Koop een kabel van een betrouwbare fabrikant met een duidelijke aanduiding van het maximale aantal ampères, het aantal fasen en de toepasselijke EN- of IEC-norm. De actuele IEC 62196-2-norm beschrijft de eisen voor gestandaardiseerde AC-stekkers, contactdozen en voertuig connectoren.
Welke voedingskabel moet van de zekeringkast naar de laadpaal?
De voedingskabel is niet dezelfde kabel als de losse Type 2-laadkabel. Het is de vaste leiding tussen het verdeelbord en de laadpaal.
Er bestaat geen kabeldoorsnede die voor iedere laadpaal en iedere woning correct is. De installateur moet onder meer rekening houden met:
- het laadvermogen;
- 1-fase of 3-fase;
- de maximale stroomsterkte;
- de lengte van het kabeltraject;
- de plaatsingswijze;
- omgevingstemperatuur en kabelbundeling;
- spanningsverlies;
- de beveiliging in het verdeelbord;
- een eventuele toekomstige uitbreiding naar 22 kW.
Een online advies zoals “voor 11 kW heb je altijd kabel X nodig” is daarom te eenvoudig. Bij een lange afstand of ongunstige plaatsingswijze kan een grotere kabeldoorsnede nodig zijn dan bij een korte, vrij gemonteerde kabel.
Actuele Belgische AREI-voorwaarden
Volgens het Belgische AREI moet een vaste laadinrichting rechtstreeks op de vaste elektrische installatie worden aangesloten. Een vaste laadpaal aansluiten via een gewoon stopcontact is niet toegestaan. Voor ieder verbindingspunt moet bovendien een toegekende stroomkring worden voorzien.
De installatie moet onder meer beschikken over:
- een aangepaste bescherming tegen overstroom;
- een differentieel bescherming van maximaal 30 mA;
- bescherming of detectie voor verstorende gelijkstroomcomponenten;
- geschikt materieel voor de omgeving;
- bij installatie in openlucht een laadinstallatie met minimaal beschermingsgraad IP44.
De exacte uitvoering kan deels in de laadpaal en deels in het verdeelbord zijn geïntegreerd. Laat dit altijd bepalen en uitvoeren door een vakbekwame installateur en laat de installatie volgens de Belgische regels keuren.
Is een duurdere kabel nodig om slim te laden?
Nee. Een laadkabel van 11 of 22 kW maakt een laadpaal op zichzelf niet slim.
De intelligentie voor slim laden zit in:
- de laadpaal;
- de software of app;
- de communicatie met de auto;
- de energiemeter;
- de aansturing door de energieleverancier.
De kabel moet vooral het benodigde vermogen veilig kunnen transporteren.
Slim Laden met Frank Energie
Met Slim Laden van Frank Energie stel je in de Frank Energie-app onder andere je laad voorkeuren en vertrektijd in. Frank kan het laden vervolgens automatisch plannen op gunstige momenten en optimaliseren op verschillende energiemarkten. Daardoor hoef je niet voortdurend zelf de energieprijzen te volgen.
Slim Laden werkt wanneer je auto óf je laadpaal door Frank wordt ondersteund. Worden beide ondersteund, dan adviseert Frank momenteel om alleen de auto te koppelen. Zo voorkom je dat de auto en laadpaal tegenstrijdige start- en stopsignalen krijgen. De lijst met ondersteunde merken en modellen wordt bijgewerkt naarmate nieuwe koppelingen beschikbaar komen.
Houd rekening met het capaciteitstarief
In Vlaanderen is de maandpiek gebaseerd op het hoogste gemiddelde vermogen dat je gedurende een kwartier van het net afneemt. Gelijktijdig laden, koken en verwarmen kan die piek verhogen.
In de Frank Energie-app kun je een limiet voor de gewenste maximale net afname instellen. Het algoritme kan gekoppelde apparaten vervolgens spreiden, het laadvermogen waar mogelijk verlagen en prioriteiten bepalen. Dit kan helpen om pieken te beperken.
Deze softwarematige instelling is geen fysieke vermogensbegrenzer. Niet-gekoppelde apparaten kunnen de piek nog steeds verhogen. Voor de beveiliging van je installatie blijft correcte hardwarematige load balancing en een passende elektrische beveiliging belangrijk.
Checklist: zo kies je de juiste kabel voor je laadpaal
Controleer vóór de aankoop:
- Heeft je auto Type 2 of Type 1?
- Wat is het maximale AC-laadvermogen van de auto?
- Ondersteunt de auto 1-fase of 3-fase?
- Levert de laadpaal 3,7, 7,4, 11 of 22 kW?
- Heeft de laadpaal een vaste kabel of een contactdoos?
- Is 5 meter voldoende of heb je 7 tot 7,5 meter nodig?
- Staat de maximale stroomsterkte duidelijk op de kabel?
- Voldoet de kabel aan de relevante EN- en IEC-eisen?
- Is de auto of laadpaal geschikt voor Slim Laden met Frank Energie?

Tessa de Boer
Content Marketeer
Als content marketeer bij Frank Energie werkt Tessa aan uiteenlopende communicatiekanalen: van kennisbankartikelen tot social media, website en e-mailmarketing. Ze maakt complexe energiethema’s begrijpelijk en toegankelijk, zodat klanten inzicht krijgen in hun mogelijkheden en meer grip krijgen op hun energie.

Niet gevonden wat je zocht?
Bekijk het overzicht met veelgestelde vragen of neem direct contact op. We helpen je graag verder. Bekijk het overzicht met veelgestelde vragen of neem direct contact op. We helpen je graag verder.



